|
Elektriciteit |
|
De naam 'elektriciteit' komt van 'elektron'. Dat is Grieks voor barnsteen.
In het oude Griekenland ontdekte men dat barnsteen (een steensoort), als erover werd gewreven, vonkjes produceerde en kleine stofdeeltjes aantrok.
Wat is een elektron ?
Een elektron is een klein negatief elektrisch geladen deeltje dat draait om een positief geladen kern. Aan de hand van het model van een waterstofatoom wordt dit duidelijk. Om de kern, die positief geladen is, cirkelt één negatief geladen elektron.

Waarom kan er stroom kan lopen door bijv. ijzer?
De 'buitenste' elektronen zitten een beetje 'losser'. Dit kan
als volgt worden voorgesteld: de '+' lading trekt de '-' lading aan, waardoor
deze om de kern blijft draaien. Denk aan het rondslingeren van een steentje aan
een touw, maar als je het touw los laat vliegt het steentje weg. Een ander vangt
het touw en geeft ook een slinger, enz.
Elektrische stroom ontstaat door een chemische reactie of een elektromagnetische kracht.
Denk maar eens aan de schrik als je met een vulling in het gebit op een stukje aluminium bijt. De Italiaan Volta was de eerste die met deze ontdekking proefjes ging doen.
Elektrische stroomkring
Een elektrische stroomkring of circuit is te vergelijken met het circuit van de centrale verwarming thuis. In de tekening is de pomp de stroombron.
Wissel- / gelijkstroom
Wisselstroom is, precies wat de naam zegt, een van richting wisselende stroom. Dit is voor te stellen door een heen- en weer bewegende zuiger binnen een met water gevulde cilinder. Als de zuiger wordt aangedreven, zorgt hij binnen de cilinder voor een heen- en weergaande waterstroom in de buizen.
Als je deze beweging gaat tekenen (in een grafiek) wordt de wisselstroom weergegeven als een golfbeweging.
De wisselstroomdynamo
Het ronddraaien van de dynamo geeft afwisselend een stroompje in de ene en in de
andere richting. Er is dan sprake van wisselstroom. Als de koperdraadwindingen wisselend worden aangesloten op de uitgangsklemmen dan
zal de stroom steeds in dezelfde richting lopen.
In de
dynamo
ontstaat dus een wisselstroom.
Gelijkstroom
Gelijkstroom is net als wisselstroom voor te stellen als een 'waterstroom'. Gelijkstroom kun je je dan voorstellen als een stroom die steeds dezelfde kant opgaat.

De spoelen van de rotor draaien tussen de beide magneetpolen. Dat gebeurt ook in de spoelen van de ronddraaiende rotor. Maar op het moment dat de stroom van richting wil gaan veranderen, verandert ook de aansluiting van de sleepcontacten aan de spoel. Daardoor blijft de stroom steeds dezelfde richting op gaan.
Van een wisselstroom een gelijkstroom maken (gelijkrichting).
Het gelijkrichten gaat met diodes.
Een diode is een geleider, maar wel een speciale. De diode laat maar in 1 richting de stroom door (wel heen maar niet terug). De dynamo wekt een wisselstroom op. Een diode zorgt er voor dat die wisselstroom een gelijkstroom wordt (gelijkrichten). Als een LED (Light Emitting Diode = lichtgevende diode) op een wisselstroom wordt aangesloten, knippert hij want er gaat alleen maar 1 richting stroom door de diode.
|
|
Activiteiten
| Doe de proef |
Ga terug naar de startpagina van techna.nl
|
Opdracht |
1) Elektrische apparaten zijn er om ons het werk gemakkelijker te maken. Wij moeten daar wel 2) Elektriciteit wordt (nog steeds) door elektriciteitscentrales gemaakt. Hoe gebeurt dit? 3) Noem tenminste 5 manieren om elektriciteit te maken. De manier die in vraag 2 wordt genoemd, telt niet mee. |