|
De stof water bestaat uit watermolekulen. Deze molekulen hebben de scheikundige naam H2O. De molekulen van water, ijs en waterdamp zijn precies hetzelfde. De molekulen zitten alleen anders aan elkaar vast. In ijs zitten de molekulen vast aan elkaar en kunnen alleen maar een beetje trillen. De krachten tussen de molekulen is dan ook heel groot. In water zitten de molekulen door elkaar heen. De molekulen kunnen door elkaar heen bewegen en de onderlinge kracht is niet zo groot meer. Bij waterdamp zweven de molekulen los van elkaar. De onderlinge kracht is heel erg klein.
![]() ijs |
water |
waterdamp |
IJs, water en waterdamp zijn de drie verschillende fases waarin water voor kan komen. Dit geld voor bijna alle stoffen. We noemen deze fases vast, vloeibaar en gas.

|
Je hoeft lood maar warm te maken en het gaat vanzelf een keer smelten en het wordt vloeibaar. De stikstof uit de lucht kan ook vloeibaar worden wanneer je het flink afkoelt. Door warmte toe te voegen of juist weg te halen kan je elke fase maken bij een stof. |
![]()
|
Door warmte te gebruiken kan je een stof van fase laten veranderen. Door iets warmer te maken kan het bijvoorbeeld gaan smelten. Door juist iets te laten afkoelen kan het geen condenseren. De stof veranderd dan van fase. We noemen dit dan ook fase-overgangen.

Activiteiten
| Doe de proef |
Ga terug naar de startpagina van techna.nl
|
Opdracht |
1) Kan kwik ook gasvormig zijn?
2) Kan zuurstof ook vast worden? 3) Veranderen de molekulen van vorm wanneer een stof gaat smelten? 4) In welke fase is de aantrekkingskracht bij de molekulen het grootst? 5) Wat zijn de verschillen in de bewegingen, in de verschillende fases, die moleculen maken? Leg je antwoord uit. |