duikboot

 

De eerste duikboot is uitgevonden door een Alkmaarder: Cornelis Drebbel (1572-1634). Zijn duikboot werd in de Theems getest in het jaar 1622. Waarschijnlijk was hij toen ook al in staat zuurstof mee te nemen. Want hij wist hoe hij dat moest maken

 

In 1472 was er ook al eens een duikboot bedacht:

Een duikboot kan onder water varen. Dat kan omdat er balasttanks in een duikboot zitten die met water of lucht gevuld kunnen worden. Als deze tanks met lucht gevuld zijn,  blijft de boot drijven. 

Door water in de tanks te pompen kan de duikboot zinken. De massa wordt dan groter terwijl het volume gelijk blijft (de dichtheid wordt groter). Om onder water te blijven zweven zal het waterniveau in de tanks precies moeten zijn. De opwaartse kracht van het water is dan precies even groot aan de zwaartekracht van de boot.

Duikboten zijn er in alle soorten en maten. Van duikbootjes voor maar 1 persoon, tot een heel oorlogsschip. Het is dan wel heel erg krap en niet iedereen kan daar tegen.

Dat het ook fout kan gaan, is laatst in Rusland wel gebleken: 21 augustus 2000 zonk de "Koersk", een 154 meter lange onderzeeer met 118 mensen aan boord. Het zeer snel leegpompen van de balasttanks had geen zin meer.

Inmiddels (oktober 2001) is de Koersk weer gelicht en kan nagegaan worden waar het mis is gegaan: waarschijnlijk was er een torpedo ontploft...

(archieffoto van de "Koersk")

Activiteiten

Doe de proef

 

Bekijk de presentatie

Ga terug naar de startpagina van techna.nl

E-mail

Opdracht

1) Om te zweven onder water moet de boot precies de goede dichtheid hebben. Waarom weet je zeker dat de ballasttanks op dat moment niet helemaal vol zitten?

2) Waarom moeten de ballasttanks bijna altijd anders gevuld zijn om te kunnen zweven?

3) Welk verschil maakt zoet of zoutwater?

4) Zoek op wat de zwemblaas van de vis te maken heeft met een duikboot. Schrijf de overeenkomsten op.