De 

Personal Computer

 

Charles Babbage (1791-1871) heeft de eerste computer ("The difference engine") uitgevonden. Hij deed dit in 1820!!! Er wordt gezegd dat dit de voorloper van de moderne rekenmachine is.

Nu zeggen we dat een computer een apparaat is dat automatisch gegevens kan verwerken. Om deze gegevens te kunnen verwerken, maakt de computer gebruik van 2 soorten elektrische spanning: een hoge (wordt geschreven als het cijfer 1) en een lage spanning (wordt geschreven als 0). De computer kan een aantal hoge en lage spanningen achter elkaar 'lezen'. Een rij enen en nullen wordt gezien als een getal, een opdracht of een uitkomst.

 

Een besturingsysteem (DOS, Windows) zorgt ervoor dat de getallen in de goede volgorde, op het juiste moment bij de microprocessor (de rekenmachine) aankomen.

Elke computer bestaat uit een aantal aparte delen (units) die allemaal hun eigen werk doen. Samen vormen de delen de 'centrale verwerkingseenheid' (CPU)

Sommige units, zoals de programma's, de scanner, de muis, het toetsenbord, zijn voor de invoer van gegevens. Andere units: de monitor, de printer, de luidsprekers, zijn uitvoer-units. Daarnaast zijn er een aantal verschillende mogelijkheden om gegevens op te slaan: de floppy-disk, de harde schijf, de cd-rom, de ZIP-drive of de magneetband.

de eerste 'moderne computer'

"The difference engine"

 

 

De ingelezen informatie wordt tijdelijk opgeslagen in het geheugen. De CPU heeft het primaire geheugen maar ook een extern geheugen (secundaire opslag)

De snelheid waarmee informatie kan worden 'gelezen' wordt de transfer-rate genoemd. De snelheid is ongeveer 2 miljoen tekens (bijvoorbeeld letters) per seconde. Het geheugen is willekeurig te lezen (RAM).De computer kan alleen werken als er wordt 'gepraat'in z'n eigen taal'. Vroeger was dat een zeer moeilijke machinetaal. Tegenwoordig kan dit anders want de computer is in staat te vertalen. Dit gebeurt door een vertaalprogramma.

Bil Gates

 

Bekijk de presentatie

 

Ga terug naar de startpagina van techna.nl

 

Opdracht

hersenknerser

1)  De computer kan alleen goed werken als er in "zijn" taal wordt "gesproken". Waarom is een eigen taal zo belangrijk?

2) Als je een foto uit je foto-album bij een stukje tekst, in de computer, wilt zetten, wat moet je dan allemaal doen?

3)  Er zijn allerlei apparaten in de handel die het werken met de computer steeds aantrekkelijker maken. Noem 5 apparaten die nog niet in de tekst genoemd zijn. Leg hun functie uit.

4)  Wat is een ponskaart? Bij welk 'muziekinstrument'wordt er nog steeds gebruik gemaakt van ponskaarten?

5) Wie is Bill Gates? Waarom is hij zo belangrijk voor de modernisering van de Personal Computer?